Beeldend kunstenaar

Harm de Noord (Meppel, 1934) is al meer dan zeventig jaar beeldend kunstenaar. Schilderen is voor hem een doorlopend proces: hij hoeft nooit op inspiratie te wachten, en zijn werk ontwikkelt zich geleidelijk, zonder breuken. Door de jaren is zijn beeldtaal losser en lichter geworden, en de jaren in Frankrijk zijn blijven hangen in mediterrane kleuren en een Zuid-Europees handschrift.
Al begin jaren vijftig begon hij lyrisch-abstract te schilderen. Zijn werk wordt omschreven als innerlijke landschappen: je voelt er landschap in, maar het zijn geen landschappen. De beelden ontstaan uit indrukken, stemmingen en ervaringen, waarbij hij zijn intuïtie en het materiaal volgt. Drukke en rustige delen houden elkaar in evenwicht, en er blijft altijd ruimte om te ademen. Een beeldvlak vullen is voor hem als een landschap inrichten.
Hij bouwt zijn beelden laag voor laag op, transparant en nauwgezet, zonder dat de spontaniteit verloren gaat. Kleurvlakken schuiven langs en over elkaar, vaak in reliëf, met karton, metaal en een subtiele schaduwwerking. Naast schilderijen in olieverf en acryl maakt hij tekeningen in gemengde techniek, gouaches en ruimtelijke objecten. Kandinsky en Klee zijn zijn grote voorbeelden.
Hij studeerde van 1952 tot 1957 aan de Academie voor Kunst en Industrie in Enschede, bij onder anderen Johan Haanstra, Joop Hardy en Aldo van Eyck, en werkte daarna eerst als textielontwerper. Tientallen jaren was hij docent aan middelbare scholen, kunstcentra en scholen voor muzische vorming, en in zijn ateliers in binnen- en buitenland gaf hij les aan uiteenlopende groepen.
Zijn werk is ook in de openbare ruimte te zien: het mozaïek De wonderbare visvangst, de trouwzaal van Hoogeveen en het reliëf bij De Plataan in Meppel, dat onlangs opnieuw werd onthuld.
